Denk aan beslissingen die de afgelopen drie maanden belangrijk voor je waren — op het werk, tijdens studie, bij aankopen, projecten, plannen of in je persoonlijke leven. Hoe vaak was elke uitspraak waar?
Pagina 1 van 2.
- 1.
Ik zocht naar bewijs dat kon aantonen dat mijn voorkeursverklaring onjuist was.
- 2.
Bij de beslissing om al dan niet door te gaan, richtte ik me op toekomstige kosten en baten.
- 3.
Ik maakte mijn eigen schatting voordat ik een voorgesteld getal of een voorgestelde prijs bekeek.
- 4.
Ik controleerde hoe vaak een uitkomst voorkwam voordat ik een specifiek geval beoordeelde.
- 5.
Ik zette de opties in hetzelfde formaat voordat ik ze vergeleek.
- 6.
Ik stemde mijn vertrouwen af op de hoeveelheid en kwaliteit van het bewijs dat ik had.
- 7.
Ik vergeleek mijn voorkeursoptie met minstens één aannemelijk alternatief.
- 8.
Ik vroeg wat ik zou kiezen als ik die dag helemaal opnieuw kon beslissen.
- 9.
Ik controleerde meer dan één onafhankelijke bron voordat ik een numerieke schatting aanvaardde.
- 10.
Ik vergeleek een opvallend voorbeeld met het bredere patroon waaruit het kwam.
Beantwoord alle items op deze pagina om door te gaan.